16

12345678910111213
Across
  1. 2. ,klein: niet groot
  2. 4. ,maan: hemellichaam
  3. 6. ,telefoon: gebruik ja als je iemand wil bellen
  4. 7. ,tien: totaal aantal vingers aan twee handen
  5. 10. ,mat: licht op de vloer achter de voordeur
  6. 11. ,stekker: die doe je in een stopcontact
  7. 12. ,kapstok: om je jas aan op te hangen
  8. 13. ,spin: die maakt een web
Down
  1. 1. ,rolschaats: schoen op wielen
  2. 3. ,oorbel: sieraad aan een oor
  3. 5. ,december: de twaalfde maand
  4. 8. ,dom: niet slim
  5. 9. ,dorst: dat heb je als je wilt drinken