1V - H3 Woordenschat
Across
- 4. '... staan op' (sterk verschillen van)
- 5. ongelovig
- 8. uit het land zelf
- 9. medeklinker
- 13. manier waarop je ergens tegenaan kijkt, standpunt
- 14. heersende mode, tendens
- 15. geneesmiddel
- 17. behoudend (niet van grote veranderingen houden)
- 19. iemand die bij een gebeurtenis aanwezig is geweest
- 20. '... in het eten gooien' (de zaak bederven)
- 21. aanwijzing
- 22. sport waarbij 1 of meerdere ballen worden gebruikt
- 24. feestdagen
- 30. deel van het menselijke lijf
- 31. niet letterlijk
- 32. gezegde, uitdrukking
- 36. logisch
- 37. ongemakkelijk
- 38. volgens bepaald gebruik
- 39. (ziekte)verschijnsel
- 42. '... lijden' (mislukken)
- 43. handeling of woorden waardoor iets officieel geldt
- 45. ontwikkeling naar gelijke rechten en kansen
- 47. plechtigheid
Down
- 1. het opzettelijk verwisselen van twee betekenissen van een woord om een grappig effect te bereiken
- 2. observeren
- 3. bestanddeel (van een gerecht)
- 6. gebruik van zinnebeelden (symbolen etc.)
- 7. 'een ... halen' (trouwen)
- 9. omstandigheid, toestand
- 10. plaats
- 11. plechtige handeling
- 12. onderdeel van een maaltijd
- 16. zoals gehoor en smaak, om mee waar te nemen
- 17. puzzel met raadselachtige omschrijvingen
- 18. bron, punt van waaruit iets begint
- 23. 'op z'n ...' (minder populair zijn dan vroeger)
- 25. gangbaar
- 26. stevig, vast
- 27. betekenisgeving
- 28. iets waarmee je iemand kwetst
- 29. verzameling mensen die meer kans hebben dat hen iets overkomt (bijv. het coronavirus)
- 33. feest om te vieren dat iets een aantal jaar bestaat
- 34. huwelijk
- 35. woord met een dubbele betekenis
- 40. uitvoering
- 41. extra onderdelen of toebehoren
- 42. wetenschapper die de menselijke samenleving bestudeert
- 44. werkelijkheid
- 46. hoogtepunt