2 KADER H2 WOORDENSCHAT/KIJK OP TAAL
Across
- 3. Denken dat je alles goed kan. Over het .... getild zijn.
- 4. De ober kreeg een .... fooi van de blijde klant.
- 5. De .... beslist soms voor haar burgers.
- 10. Je hebt ... en wetens de tekening verscheurd.
- 11. Tijdens de binnenstebuitendagen zijn er veel ....
- 12. Zij is niet langer met hem getrouwd. Hij is haar ...-man.
- 13. Hij is erg zenuwachtig. Hij zweet ....
- 14. Ze maakt het erger dan het is. Ze maakt van een mug een ...
- 16. Vaak bij iemand op bezoek gaan. De deur ...
Down
- 1. Iedereen werd van.... tot teen gecontroleerd.
- 2. Alles staat door elkaar, wat is het een ...
- 6. Op de winkeldeur hangt een papier met .... openingstijden.
- 7. De Nierstichting houdt weer een ... deze week.
- 8. Ik gaf aan de .... wat kleingeld voor in de collectebus.
- 9. Niet te missen = ....
- 10. Na lang ... en wegen hebben zij toch de taart opgegeten.
- 15. Als je niet tijdig reageert, ben je te laat.