Thema 1B - DE ANDER EN IK - woordenschat BB

123456789101112131415161718192021222324252627
Across
  1. 10. Als je snel sterke gevoelens krijgt bij iets.
  2. 11. Met veel kennis van zijn/haar vak, iets goed kunnen.
  3. 12. Iemand die volhoudt.
  4. 17. Beter presteren dan anderen.
  5. 19. Iemand die stiekem afluistert.
  6. 20. Zeggen dat iets niet zo is, je bent het er niet mee eens.
  7. 22. De mogelijkheid om je mening te laten horen.
  8. 24. Het tegenovergestelde van afhankelijk.
  9. 25. Vrolijk zijn
  10. 26. Ergens een mening over vormen.
Down
  1. 1. Waar je veel van kunt verwachten.
  2. 2. Werkwoord waar het zelfstandig naamwoord HET VERBOD van is afgeleid.
  3. 3. Netjes, met veel aandacht.
  4. 4. Doen alsof.
  5. 5. Welk woord komt er meestal achter IETS AAN DE ORDE willen/hebben/stellen
  6. 6. Welk zelfst. nmw. hoort er bij het werkwoord RESPECTEREN?
  7. 7. Eerbied en waardering hebben voor iets of iemand.
  8. 8. Iemand die ontzettend veel aanleg voor iets heeft.
  9. 9. Iets goedkeuren, het eens zijn met iets of iemand
  10. 13. Van gelijke waarde of sterkte.
  11. 14. Welk bijvoeglijk naamwoord hoort er bij het werkwoord UITMUNTEN?
  12. 15. Het tegenovergestelde van onzeker.
  13. 16. Iets wat je van jezelf heel goed kunt.
  14. 18. Welk woord komt tussen VAN...ZIJN en betekent belangrijk
  15. 21. Als de gasten verwend worden.
  16. 23. Welk woord komt er meestal achter EEN VOORSPRONG willen/hebben/pakken
  17. 27. Iemand die lui is/geen zin heeft om moeite te doen.