2021 - Inoefenen woordenschat thema 1A - BB

1234567891011121314151617181920
Across
  1. 2. De taal die je als kind geleerd hebt.
  2. 4. Wat typisch is voor iets of iemand.
  3. 6. Met te weinig respect voor anderen.
  4. 8. Woord waarmee je specifiek op iemand wijst
  5. 11. Iets net zo doen zoals iemand anders heeft gedaan.
  6. 12. Niveau van de ontwikkeling van een volk.
  7. 14. Doen wat anderen verwachten, ook als jezelf ietas anders wilt.
  8. 15. Laten zien hoe iets moet.
  9. 16. Zoals het eigenlijk hoort.
  10. 17. Zoals iets of iemand er van buiten uitziet.
  11. 18. Iemand die zich overal ter wereld thuis voelt en niet zo gehecht is aan zijn geboortegrond.
  12. 19. Iets dat je normaal op een bepaalde manier doet.
  13. 20. Een pak waaraan te zien is wat iemand is.
Down
  1. 1. Van vroeger, niet meer gebruikelijk.
  2. 3. Plaats waar je geboren bent of de familie waarin je geboren bent.
  3. 5. Alle mensen die samen ergens leven.
  4. 7. Zeggen dat het niet zo is.
  5. 9. Het gevoel dat je geen zin hebt in iets.
  6. 10. Iets dat niet zo is, terwijl dat meestal juist wel zo is.
  7. 13. De mensen die ergens wonen.