Spelling
Across
- 2. De periode dat je vrij bent van school.
- 9. De tijd dat het donker is en je slaapt.
- 11. Iets wat veel waarde heeft of waar je goed op moet letten.
- 12. Bewegen in het water met je armen en benen.
- 13. Een lekker snoepgoed dat gemaakt is van cacao.
- 14. De plek waar je elke dag leert en met vrienden speelt.
- 15. De mensen in blauwe pakken die zorgen voor de veiligheid.
- 16. Een heel groot, oud huis met ridders en muren eromheen.
- 17. De dochter van een koning en een koningin.
- 18. Een recht stuk hout waar je boeken op kunt zetten.
Down
- 1. Je spullen inpakken en in een nieuw huis gaan wonen.
- 3. Machines die je in huis gebruikt, zoals een mixer of tv.
- 4. Een ander woord voor heel blij.
- 5. Een gebouw waar je boeken kunt lenen om te lezen.
- 6. Als je de waarheid vertelt en niet liegt.
- 7. Dit doe je als je iets heel grappig vindt.
- 8. Hiermee meet je hoe warm of koud het buiten is.
- 10. Als het ergens leuk en fijn is met andere mensen.
- 11. Hier kun je op zitten in de woonkamer, of je haalt er geld.
- 16. De man die de baas is van een land en een kroon draagt.