2.2 HERHALING WOORDENSCHAT THEMA 1-4
Across
- 2. een geneesmiddel dat je ergens in of op spuit.
- 5. een tablet dat je eerst in water moet oplossen
- 6. een medicijn dat je inneemt als je pijn hebt.
- 7. een medicijn dat je met een lepel moet innemen
- 9. een tablet dat je zonder water kan innemen.
- 12. ... of suppo
- 13. ik ... me aan luide gsm-gesprekken op de bus.
- 16. het feest in Marokko ... 3 dagen.
- 17. alle medicijnen die je in huis hebt.
- 20. ik laat mijn gsm altijd aanstaan. Ik wil altijd ... zijn.
- 22. hoe noem je mensen die niet van chaos houden?
- 23. de hoge lichaamstemperatuur die je hebt als je ziek bent.
- 24. de datum die aangeeft tot wanneer je een geneesmiddel mag gebruiken.
- 26. als je laat zien hoe je je voelt (blij, verdrietig, boos, ...) dan laat je je ... zien
- 27. een ... is iemand die elke dag tussen 2 steden van en naar zijn werk rijdt.
Down
- 1. de mensen die naar een feest komen
- 3. een doek die vrouwen voor het hoofd dragen
- 4. in het vliegtuig is het gebruik van de gsm verboden.
- 5. de bloemen die een bruid draagt
- 8. hoe noem je de gebeurtenis wanneer er een baby geboren wordt?
- 10. een ander woord voor trouwkleed
- 11. Hoe voel je je als je niet geslaagd bent voor een examen?
- 14. een vrouw die trouwt
- 15. een geneesmiddel dat je bv. op een blauwe plek smeert.
- 18. hoe noem je een juweel dat je rond je vinger draagt?
- 19. Maria ... elke dag 10 sms'en
- 20. Een man die trouwt
- 21. een ander woord voor huwelijk
- 24. een neus waardoor je niet meer kan ademen als je ziek bent is een ... neus.
- 25. speciale stoel voor een Koning/ Koningin