2K1 - Les 36,37,38 en 39

1234567891011121314151617181920212223
Across
  1. 1. iets waardoor je niet goed groeit
  2. 3. erg boos om wat jou wordt aangedaan
  3. 5. van alle inwoners van een bepaald land
  4. 8. de mensen die samen in een land wonen
  5. 11. gedachte of wens die onbereikbaar of onuitvoerbaar is
  6. 14. een kleine pruik
  7. 15. kaart die je binnen Europa kunt gebruiken in plaats van een paspoort
  8. 16. opbouwen je leven invullen op het gebied van wonen, werk/school en relaties
  9. 17. onrustig en ongeduldig
  10. 19. paneel dat stralingsenergie van de zon omzet in elektriciteit
  11. 20. geƫrgerd
  12. 22. ergens bijzonder goed in zijn, talent hebben
  13. 23. uit de middeleeuwen
Down
  1. 2. iemand die brillen verkoopt
  2. 4. metaalsoort met zilverachtig uiterlijk
  3. 6. je eraan storen
  4. 7. lid van het dagelijks bestuur van de gemeente
  5. 9. iets dat heel eng is
  6. 10. de omlijsting van een bril
  7. 12. populair
  8. 13. zo verbaasd dat je niet meer weet wat je moet doen
  9. 18. ouderwets woord voor voetbalschoenen
  10. 21. leiden