3.1 Steeds kleinere groepen

1234567891011121314151617181920
Across
  1. 2. De groep tussen familie en soort.
  2. 5. Organismen die zich onderling kunnen voortplanten en vruchtbare nakomelingen krijgen.
  3. 8. Hulpmiddel om te laten zien hoe organismen in steeds kleinere groepen zijn ingedeeld.
  4. 10. Deze groep organismen heeft cellen zonder celwand en zonder bladgroenkorrels.
  5. 11. Groep die volgt na de stam in de hiërarchische indeling.
  6. 14. Een groep organismen die na de orde komt in de indeling.
  7. 16. Dit rijk van organismen lijkt op bacteriën maar heeft een andere DNA-structuur.
  8. 17. Hiermee kunnen plantencellen licht omzetten in energie.
  9. 18. Een eigenschap waarmee je organismen van elkaar kunt onderscheiden.
  10. 20. Deze organismen hebben bladgroenkorrels in hun cellen voor fotosynthese.
Down
  1. 1. Organismen zonder celkern, zoals bacteriën en archaea.
  2. 3. Een van de vijf rijken binnen de eukaryoten, vaak eencellig en in water levend.
  3. 4. Deze groep volgt na de klasse in de indeling van organismen.
  4. 6. Deze eukaryoten zijn meestal eencellig en bewegen zich actief voort.
  5. 7. Deze meercellige organismen hebben een celwand maar geen bladgroenkorrels.
  6. 9. Organismen met een celkern in hun cellen.
  7. 12. Groep die ontstaat na de indeling van een rijk.
  8. 13. Deze eencellige organismen hebben geen celkern, maar wel een celwand.
  9. 15. Deze structuur zit in de cellen van eukaryoten maar ontbreekt bij prokaryoten.
  10. 19. Structuur die cellen van planten, schimmels, bacteriën en archaea omgeeft.