3.3 Woorden 1 en 2
Across
- 2. nadrukkelijk, breeduit
- 3. losbandige gewoonten
- 7. heel erg (van iets genieten)
- 8. metgezel, kameraad
- 9. onderwijs
- 11. betrekkelijk, in relatie staand tot iets anders
- 13. conflict, botsing, woordenwisseling
- 14. instelling die toezicht houdt
- 17. als gelijkwaardig noemen, noemen zonder onderscheid te maken
- 20. zoals het vroeger was
- 23. schijnbaar, naar het schijnt
- 26. nadenken om tot een bepaald inzicht te komen
- 27. te gewoon om interessant te zijn
Down
- 1. wederzijdse beïnvloeding
- 4. groot gebied, vaak om een stad heen
- 5. iemand doden
- 6. iets gaan doen of ondernemen
- 10. in de war zijn, onzeker zijn, niet weten hoe je moet reageren
- 12. gebruikelijke manier van doen
- 15. behoorlijk goed, redelijk goed
- 16. schrander, slim; verstandelijk
- 18. afdeling van de regering die zich met een bepaald onderwerp bezighoudt
- 19. gloeiend heet, verschroeiend
- 21. plaatselijk
- 22. groep mensen van ongeveer dezelfde leeftijd
- 24. beperken
- 25. vernieuwend, modern