5.4
Across
- 3. gooien
- 7. nooit
- 8. toernooi
- 9. beweging
- 12. vaardigheid
- 13. later, daarna
- 14. bovendien
- 15. vangen
- 16. meenemen, brengen
Down
- 1. normaal, gewoon
- 2. schaakmat
- 3. leren, bijbrengen
- 4. tegenstander
- 5. oefening
- 6. binnen
- 10. goed
- 11. speler
- 14. hersenen