A

12345678910111213141516171819
Across
  1. 1. als iemand gestorven is, zeg je tegen de familie ....
  2. 3. een klein, scherp stukje hout
  3. 6. uitwerpselen
  4. 7. een dunne lijn, vooral in het gezicht
  5. 9. rode plekken op je huid
  6. 13. als je bang bent dat er iets vervelends is gebeurd
  7. 14. melk, kaas en eieren
  8. 17. in je lichaam nuttige stoffen uit eten halen
  9. 18. overgeven
  10. 19. borden, lepels, messen en vorken op tafel leggen
Down
  1. 2. ruimte waar overleden personen liggen voordat ze begraven worden
  2. 4. rood worden
  3. 5. als je veel zin hebt in iets
  4. 8. een beetje van iets laten vallen zonder dat dat de bedoeling was
  5. 10. als je niet naar de wc kan gaan, heb je last van///
  6. 11. pancreas
  7. 12. als je je blij voelt, ben je...
  8. 15. vaak een koekje of een gebakje
  9. 16. een harde dikke plek op de huid van je voet
  10. 18. lepel, vork en mes