Aanpassingen bij dieren (bezoek dierentuin)

123456789
Across
  1. 2. De slurf van de olifant is een combinatie van __________ en bovenlip en telt meer dan 150 000 spiertjes.
  2. 3. Platvissen vallen amper op als ze op de bodem van de zee liggen. Dit noemt men __________ .
  3. 4. Koala’s eten alleen bladeren van de __________. Deze bladeren zijn giftig voor de meeste dieren, maar koala’s hebben een speciaal verteringssysteem dat wel overweg kan met deze giftige stoffen.
  4. 5. Nachtdieren leven in het donker. Zij kunnen zeer goed voelen dankzij hun __________ .
  5. 6. De __________ heeft een kaal hoofd. Dit is handig als je dode dieren eet!
  6. 9. Een pinguïn kan zeer goed zwemmen. Hij gebruikt zijn vleugels die de vorm hebben van __________ .
Down
  1. 1. Met zijn gespleten tong ruikt de __________ een rottend karkas van op 8 km!
  2. 2. Een zeehond heeft geen wasknijper nodig. Hun neus is normaal gezien dicht. Willen ze hun __________ openen, dan doen ze dat met een speciale spier.
  3. 7. Met hun __________ kunnen de leeuwaapjes ook voedsel zoeken in spleetjes en holletjes.
  4. 8. De __________ van de giraf is wel 45 cm lang. Zo kunnen ze ook blaadjes eten die aan de allerhoogste takken groeien.