Aanvulzinnen en spreekwoorden

123456789
Across
  1. 1. De bloemetjes _____ zetten
  2. 4. Na regen komt
  3. 5. Op een trouwfeest moet je
  4. 8. In de kerk moet je
  5. 9. Met het hoofd in de wolken lopen
Down
  1. 1. Blaffende honden ___ niet
  2. 2. De spijker op de kop
  3. 3. Aan de kassa moet je
  4. 6. Je luistert naar de
  5. 7. Onder de douche ga ik altijd vals