agenda, dag, informatie, lesrooster, seconde, week, weekeinde, duren, aanwezig, eigen, ieder, vrij, zeker
Across
- 1. je komt elke ... naar school
- 3. je hebt geen les, je bent ...
- 7. je schrijft hierin op wat je die dag gedaan hebt
- 8. 1/60ste van een minuut
- 9. je krijgt het als je iets niet goed begrijpt, je krijgt meer...
- 11. als de bel gaat vrijdag om 15.35h is het ... begonnen
- 13. zo zijn er 4 of 5 van per maand
Down
- 2. je bent in de klas, je bent ...
- 4. elk persoon, ... persoon
- 5. het weekeinde telt maar twee dagen, het .... twee dagen
- 6. hierop kan je zien welke lessen je die dag zal krijgen
- 10. ik kom morgen ... bij je langs!
- 12. dit is mijn boek, we kijken allemaal in ons .... boek