alle kanten op met Bert
Across
- 4. hier is ze opgegroeid
- 5. dit is haar tweede naam
- 7. hier wordt ze heel blij van
- 11. deze draagt ze graag als ze ziek is
- 12. dit instrument bespeelt zij
- 14. dit is ze af en toe ook zeker, maar dan wel prettig
- 16. dit is haar lievelingseten
Down
- 1. in dit seizoen is zij op haar best
- 2. dit is haar woonplaats
- 3. hier kan ze heel erg hard om lachen
- 6. dit staat op haar nachtkastje
- 8. deze eigenschap past bij haar
- 9. dit eet zij heel veel
- 10. dit dier loopt in en om haar huis
- 12. dit doet ze graag in de winter
- 13. haar meest geliefde reisbestemming
- 15. dit doet ze het liefst de hele dag