Alles is verbonden week 5

12345678910
Across
  1. 4. Het schrijven, testen en onderhouden van een computerprogramma.
  2. 5. Het uiterlijk van een personage, voorwerp of spel.
  3. 6. Opdrachten die de computer vertellen wat hij moet doen. Zonder codes weet de computer niet wat hij moet doen.
  4. 9. Iets van het internet naar jouw computer of tablet halen.
  5. 10. Het figuurtje dat meespeelt in een game. Vaak bestuur jij dit personage tijdens het spelen.
Down
  1. 1. Een programma waarmee je zelf iets kunt maken op de computer, bijvoorbeeld een spel, een animatie of een verhaal. Het helpt je om de computer opdrachten te geven.
  2. 2. Iets veranderen.
  3. 3. Kiezen wat je wil gebruiken of aanpassen.
  4. 7. Een klein stukje van iets laten zien, om een beetje te laten zien hoe iets gaat worden.
  5. 8. Zoals het al ingesteld staat voordat je iets verandert.