Atheneum 1

12345678910111213141516171819202122
Across
  1. 4. Aan wie ga jij al dat snoep uitdelen? (meewerkend voorwerp)
  2. 5. Zonder erover na te denken
  3. 8. De grootste uil is de oehoe, maar je ziet ... zelden in Nederland
  4. 10. De docent gaf de proefwerken terug (lijdend voorwerp)
  5. 11. instantie die veroordeelden helpt terug in de maatschappij te komen
  6. 12. tegenstelling van climax
  7. 15. Wanneer heeft zij zich paardrijden aangeleerd (wwg)
  8. 18. Voornaamwoord: deze die dit zulke zo'n
  9. 19. Heb je de armband ... je gisteren droeg, gekregen?
  10. 20. tegenstelling van asymmetrisch
Down
  1. 1. degenen die een strafbaar feit plegen
  2. 2. Tegendraads gedrag
  3. 3. strafbaar feit
  4. 5. niet op het slechte pad lopen
  5. 6. tegenstelling van theoretisch
  6. 7. De leerlingen kregen de gevraagde toets (lijden voorwerp)
  7. 9. Vandaag zal ik je veel cadeautjes geven (meewerkend voorwerp)
  8. 13. tegenstelling van onverantwoord
  9. 14. Voornaamwoord: wie, wat, welke wat voor een
  10. 16. Het pinkpopfestival is goed voor Landgraaf, want ... het trekt veel bezoekers
  11. 17. Voornaamwoord: iemand, iedereen, menigeen
  12. 21. Guy beloofde Marijke een heerlijk diner. (meewerkend voorwerp)
  13. 22. tegenstelling van objectief