Begrippen H2 VG1 Memo
Across
- 1. De ....... cultuur van een Griekstalig volk dat tussen 1600 en 1100 v.C. in het huidige Griekenland woonde.
- 7. Een vorm van bestuur door een kleine groep machtige en rijke mensen.
- 11. De manier waarop een land of een stad besluiten neemt.
- 12. In de Atheense democratie de mogelijkheid om een politicus weg te stemmen, waarna hij voor tien jaar werd verbannen.
- 14. De stichting van Griekse nederzettingen buiten Griekenland in de 8e en 7e eeuw v.C.
- 16. Griekse woord voor stadstaat: een stad (met het omringend gebied) die zichzelf bestuurt.
- 17. Vorm van bestuur waarbij een kleine groep mensen met voorrechten (edelen) de macht heeft.
- 19. Een vorm van bestuur waarbij alle volwassen mannen met burgerrecht mogen meebeslissen in de politiek.
- 21. De Griekse cultuur na de verovering van het Midden-Oosten door Alexander de Grote.
- 22. Het lidmaatschap van een polis. Alleen volwassen vrije mannen die geen vreemdeling waren, hadden dit.
- 23. Een officiële bijeenkomst van (vertegenwoordigers van) het volk, waar politieke besluiten worden genomen.
- 25. Een verhaal over goden of halfgoden – of een verhaal dat voor waar wordt aangenomen, maar niet helemaal op feiten berust.
Down
- 2. Een stad (met het omringend gebied) die zichzelf bestuurt.
- 3. De ......... cultuur van de Grieken en de Romeinen.
- 4. Vreemdeling; ook: niet beschaafd persoon.
- 5. Zoeken naar wijsheid en kennis om de wereld en de mens beter te begrijpen.
- 6. Hoogstgelegen punt in een Griekse stadstaat, waar oorspronkelijk een burcht stond, en later de tempel van de god of godin van de stad.
- 8. Het verzamelen van kennis door een verschijnsel te bestuderen.
- 9. Kennis waarover geen discussie bestaat.
- 10. Vorm van bestuur waarbij één man alle macht in handen heeft.
- 13. Persoonlijke opvatting van iemand.
- 15. Vorm van bestuur met een erfelijke koning aan het hoofd.
- 18. Leraar in de redeneerkunst en de welsprekendheid.
- 20. Verschillen tussen mensen in bezit, macht of rechten.
- 24. De periode tussen 3000 v.C. en 500 n.C., waarin de Egyptische, Griekse en Romeinse cultuur bloeiden.