Begrippen HS. 4 HAVO 4

123456789101112131415161718
Across
  1. 5. Alles wat je hebt aangeleerd.
  2. 7. Iedereen verschilt van elkaar door het hebben van verschillende kenmerken.
  3. 12. Een gebied dat overeenkomsten in cultuur vertoont.
  4. 13. Engels, Arabisch en Spaans zijn hier voorbeelden van.
  5. 14. Door dit proces wordt de wereld steeds meer een eenheidsworst.
  6. 16. Centrumlanden zijn gespecialiseerd in de tertiaire sector, semi-perifere landen zijn gespecialiseerd in de industrie.
  7. 18. Mensen verhuizen om ergens anders te gaan werken.
Down
  1. 1. Reden om ergens naartoe te migreren.
  2. 2. Schakels waaruit een productieproces bestaat.
  3. 3. De afname van de relatieve afstand tussen plaatsen.
  4. 4. Mede dankzij de ontwikkeling hiervan, is het proces van globalisering ontstaan.
  5. 6. oorlog, armoede en werkloosheid.
  6. 8. Afstand in tijd, moeite en geld.
  7. 9. Op steeds meer plekken in de wereld vind je Starbucks, MacDonalds en CocaCola.
  8. 10. De drie macroregio's waartussen de grootste handelsstromen plaats vinden.
  9. 11. De wereld raakt steeds meer met elkaar verbonden.
  10. 15. Aziatische landen spelen een steeds belangrijkere rol in de wereldhandel.
  11. 17. Voorbeelden hiervan zijn Brussel en New York