Begrippen SW deel 3

123456789101112131415
Across
  1. 1. de taalontwikkeling in het eerste levensjaar wordt omschreven als de ... periode
  2. 3. vage en inconsistente opvoedingsstijl waarbij het kind weinig sociaal is
  3. 5. bij deze vorm van gehechtheid klampt het kind zich vast als de moeder de kamer verlaat, maar reageren ze boos of apathisch las de moeder terug is
  4. 7. taken die in een bepaalde maatschappij en cultuur aan personen van opeenvolgende leeftijdsperioden zijn toegedacht
  5. 11. extreme frustratie bij een peuter kan leiden tot dit gedrag waarna een afkoelingsperiode aangewezen is
  6. 12. het lichaam neemt in omvang en mogelijkheden toe
  7. 13. de peuter speelt alleen in een ruimte met andere kinderen, hij speelt dus
  8. 14. strenge, bestraffende, koude opvoedingsstijl
  9. 15. hoeksteen van de samenleving
Down
  1. 2. de opvoeder reageert op signalen van de baby
  2. 4. onderzoekers gaan het zelfbesef na via deze test
  3. 6. jongeren weten niet goed hoe ze zich moeten gedragen tegenover nieuwe gezinsleden en vroegere gezinsleden in een nieuw samengesteld gezin
  4. 7. de mogelijkheid dingen voor te stellen zonder ze te zien
  5. 8. het plotse, onverwachte overlijden van een ogenschijnlijk gezond kind in zijn slaap
  6. 9. fase gekenmerkt door "waaromvragen"
  7. 10. ander woord voor gevoelige periode waarop de mens extra ontvankelijk is voor bepaalde prikkels in zijn omgeving