Begrippen voorkennis + paragraaf 2.1 en 2.2
Across
- 2. het terugbetalen van geleend geld
- 5. bij inflatie wordt de koopkracht ....
- 6. centrale bank die verantwoordelijk is voor de waarde van het geld in ons land
- 7. elektronisch geld staat op een ....
- 11. als je geld opneemt bij de pinautomaat neemt je hoeveelheid .... geld toe
- 12. als je een bankrekening hebt krijg je geregeld en ....
- 14. een algemene stijging van de prijzen
- 17. als je 'rood staat' noemt de bank dit ook wel een ....
- 18. de rente op een internetspaarrekening is .... dan een gewone spaarrekening
Down
- 1. een creditcard is een vorm van .... betalen
- 3. een rekening waarop je geld voor langere tijd vaststaat en waar je ondertussen niet bij kan
- 4. ruilen met behulp van geld is .... ruil
- 8. de 3 spaarmotieven zijn; voor de rente, uit voorzorg en voor een ....
- 9. formule voor rentebedrag = rentepercentage x spaarbedrag:100 x .....
- 10. wanneer een rentepercentage kan veranderen noem je dat .... rente
- 12. de 3 geldfuncties zijn rekenmiddel, spaarmiddel en ....
- 13. als je 'in de plus' staat heb je op je bankrekening een ....
- 15. wanneer je een deel van je inkomsten niet uitgeeft kun je ....
- 16. wanneer je spaart voor als er iets gebeurt waarvoor je onverwacht geld nodig hebt