Biologie

1234567891011121314
Across
  1. 4. Deze slag word heel veel gebruikt met tennis
  2. 6. Dat drinkt je tijdens het sporten
  3. 7. Kun je tijdens het sporten oplopen
  4. 9. Die hebben voetballers
  5. 11. Deze zitten in je hele lichaam
  6. 13. Dit doe je met voetballen heel veel
  7. 14. Deze kun je verzwikken
Down
  1. 1. Een kneuzing van een gewricht noem je een
  2. 2. Dit lopen wielrenners vaak op
  3. 3. - up Moet je doen voor het sporten
  4. 5. Die kan uit de kom raken
  5. 8. Dit kan scheuren in je knie
  6. 10. Dat loop je meestal op tijdens het sporten
  7. 12. De afstand van je hoofd naar je voet