Buitenissig 2
Across
- 1. De man of vrouw met wie je samenleeft of getrouwd bent.
- 3. Heel klein.
- 7. Iets zonder twijfel doen.
- 8. In een groep vliegen.
- 13. Erg aan iets of iemand gehecht zijn.
- 14. Iemand ergens toe overhalen.
- 15. De gedaanteverwisseling, sterk van uiterlijk veranderen.
- 16. Veel indruk op iemand maken.
- 17. Onnozel.Te goed van vertrouwen zijn.
- 18. Een afwijking. Een vreemde vorm bij mensen, dieren of planten is een ..... van de natuur.
- 19. Boos en gemeen.
Down
- 1. Een dier dat leeft op of in een ander dier of mens.
- 2. Heel bijzonder,iets wat weinig voorkomt.
- 4. Voor nageslacht zorgen,vermeerderen.
- 5. Het opeten van een soortgenoot als gewoonte hebben.
- 6. Een vangarm,een lange kronkelige arm bij dieren.
- 9. Anders dan anders en daardoor opvallend.
- 10. Doorstaan,verduren.
- 11. Nadoen.
- 12. Zo groot,dat je het niet kunt meten.