Carnaval

123456789
Across
  1. 1. Bij dit doen we in verschillende klassen leuke dingen.
  2. 2. Zo ga je naar school met carnaval.
  3. 4. Dit hadden we op maandag voor de carnaval.
  4. 7. Met carnaval heb je een prinses en een .....
  5. 8. Dit doe je op als je ander haar wilt.
  6. 9. Dit kan je op je gezicht met carnaval.
Down
  1. 1. Dit zie je op school met carnaval.
  2. 3. Hiermee begint carnaval.
  3. 5. Zo heet onze school met carnaval.
  4. 6. Hier dans je op met carnaval.