Carnaval

12345678910111213141516
Across
  1. 6. Kleine ronde papiertjes in allerlei kleuren.
  2. 8. Een maand waarin carnaval soms valt.
  3. 10. Het bekendste in de wereld.
  4. 11. De gilleshoeden zijn van die veren gemaakt.
  5. 12. Lange gekleurde gerolde papiertjes.
  6. 13. Ze vormen de carnavalstoet.
  7. 15. Om zijn gezicht te verbergen.
  8. 16. Het mooiste van de wereld.
Down
  1. 1. Een aantal mensen op straat kijken ernaar als die voorbij komt.
  2. 2. De dag voor Aswoensdag.
  3. 3. De ‘Blancs Moussis’ gebruiken deze om op de koppen van de mensen te slaan.
  4. 4. Carnavalkledij dragen: zich …
  5. 5. In de fanfare is die onmisbaar.
  6. 7. Een maand waarin carnaval vaak valt.
  7. 9. Daarmee stampen de Gilles op de grond, om deze vruchtbaar te maken, net zoals een Indiaanse tovenaar.
  8. 11. De Gilles werpen er veel naar de mensen.
  9. 14. Iemands gezicht met kleuren verven.