Conjuncties
Across
- 2. Hij was heel behulpzaam, ...... ik hem nog niet lang kende
- 3. ............. ik naar huis ga, stuur ik je een whatsapp.
- 6. ............. hij thuis is gearriveerd, begint hij met koken.
- 8. Ik studeer hard ........ ik mijn examen haal.
- 9. Zij eet een boterham .... ze honger heeft.
Down
- 1. Ik zal je bellen .......... ik thuis ben.
- 4. Hij is moe, ......... hij niet heeft geslapen.
- 5. ....... ik jong was, wilde ik actrice worden.
- 7. Ik kook ....... ik met mijn moeder praat.