Conjuncties

123456789
Across
  1. 2. Hij was heel behulpzaam, ...... ik hem nog niet lang kende
  2. 3. ............. ik naar huis ga, stuur ik je een whatsapp.
  3. 6. ............. hij thuis is gearriveerd, begint hij met koken.
  4. 8. Ik studeer hard ........ ik mijn examen haal.
  5. 9. Zij eet een boterham .... ze honger heeft.
Down
  1. 1. Ik zal je bellen .......... ik thuis ben.
  2. 4. Hij is moe, ......... hij niet heeft geslapen.
  3. 5. ....... ik jong was, wilde ik actrice worden.
  4. 7. Ik kook ....... ik met mijn moeder praat.