CP 2.8 taalbeschouwing (Elle N.)

123456789101112131415161718192021
Across
  1. 4. Hij denkt dat hij alles mag. Zie hem eens ...
  2. 7. Dat wil ik wel eens weten. Dat ga ik ...
  3. 10. Wij leven op het Europese ...
  4. 12. Wat een ... landschap! Je kunt kijken tot aan de horizon.
  5. 14. Mama houdt er niet van dat ik zomaar langs de straat ...
  6. 16. De minister wil een nieuwe wet ...
  7. 17. Iedere Belg is jouw ...
  8. 20. Dat gaat me vlug ... Dat word ik snel beu.
  9. 21. Als het lukt, dan ... we een nieuw bedrijf.
Down
  1. 1. Die man is steenrijk. Hij bezit een groot ...
  2. 2. Het riviertje ... rustig verder door het bos.
  3. 3. Ik doe niets liever dan op het podium iets ...
  4. 5. Ik voel me ... Ik weet niet meer wat ik moet doen.
  5. 6. Die atleet heeft een formidabele ...
  6. 8. Ik moet je toch niet ... dat ik gelijk heb.
  7. 9. Je moet niet zo ... remmen! Straks val ik nog.
  8. 11. Wie goed wil scoren in zijn sport, moet veel ...
  9. 13. Dat is een ... kast. die vind je niet veel meer.
  10. 15. Mijn ... woonden op een boerderij in de buurt van Perk.
  11. 18. Ahmed trekt er graag op uit hij is een echte ...
  12. 19. Dat is een vreemde ...Ik had het nooit gedacht dat het zo zou aflopen