Dagen, maanden en seizoenen

1234567891011121314151617181920212223
Across
  1. 3. de vijfde maand van het jaar
  2. 8. in dit seizoen staan de bloemen in bloei
  3. 9. in dit seizoen dragen wij een sjaal en een muts
  4. 11. de eerste maand van het jaar
  5. 13. je bent een halve dag op school
  6. 15. in deze maand begint het seizoen van de vogels
  7. 18. de maand waarin je terug naar school gaat
  8. 20. de eerste dag van het weekend
  9. 21. de dag voor het weekend
  10. 23. de eerste maand van de vakantie
Down
  1. 1. in dit seizoen gaan we naar het strand
  2. 2. de tweee maand van de vakantie
  3. 4. in dit seizoen vallen de blaadjes van de bomen
  4. 5. in deze maand begint er een koud seizoen
  5. 6. de tweede dag van de week
  6. 7. de vierde maand van het jaar
  7. 10. de eerste dag van de week
  8. 12. de voorlaatste maand van het jaar
  9. 14. op deze dag sporten jullie op school
  10. 16. de tiende maand van het jaar
  11. 17. de tweede maand van het jaar
  12. 19. de laatste dag van de week
  13. 22. in deze maand begint het warme seizoen