Dansen

123456789101112131415
Across
  1. 2. die leert wat je moet doen.
  2. 7. hop een style waar je op danst.
  3. 9. dan dans je op de muziek.
  4. 10. daar dans je in.
  5. 11. daar zitten meiden in een groep die heel goed kunnen dansen beter dan de rest.
  6. 12. dance een style waar je op danst.
  7. 15. dan treed je ergens op voor publiek.
Down
  1. 1. daar staat een liedje op waar je op danst.
  2. 3. daar kan je zie hoe je danst.
  3. 4. een style waar je op danst.
  4. 5. dan dans je in je eentje.
  5. 6. dan gabje wedstrijden dansen tegen anderen dansscholen.
  6. 8. je train een bepaalde dag.
  7. 9. een style waar je op danst.
  8. 13. dan dans je met z'n alle
  9. 14. daar komt de muziek uit waar je op danst.