Dat zoeken we op. (of kun je het ook zonder bijbel?)
Across
- 2. Simson en David waren niet bang voor dit dier.
- 5. Zelfs de ........ en de zwaluw vinden een nest bij uw altaren (Ps. 84 : 4)
- 9. Tegen wie werd gezegd: Je broer zal uit de dood opstaan? (Joh. 11 : 24)
- 10. Uw woord is een ........ voor mijn voet en een licht op mijn pad (Ps. 119 : 105)
- 14. Als een ........ niet in de aarde valt en sterft (Joh. 12 : 24)
- 22. Hoeveel jaren wordt volgens Openbaring de duivel geketend? (Op. 20 : 2)
- 23. Niemand kan twee ........ dienen (Matt. 6 : 24)
- 24. Dit riep het volk bij de intocht van Jezus in Jeruzalem (Joh. 12 : 13)
- 25. ........ jaar duren onze dagen, tachtig als wij sterk zijn (Ps. 90 : 10)
- 26. Hoeveel paarden verschenen bij het verbreken van de zegels van de boekrol in Openbaring 6?
- 27. Aan hoeveel gemeenten schreef de apostel Johannes het boek Openbaring? (Op. 1 : 4)
- 28. Als de HEER het huis niet bouwt, tevergeefs zwoegen de ........ (Ps. 127 : 1)
- 31. Deze boom werd door Jezus vervloekt (Matt. 21 : 19)
- 33. Deze vogel kwam met een olijfblad in haar snavel terug bij Noach.
- 34. Voor de haan kraait, zul je mij ........ verloochenen (Joh. 13 : 38)
- 35. Zo ver het oosten is van het ........, zo ver heeft hij onze zonden van ons verwijderd (Ps. 103 : 12)
- 37. Tegen wie werd gezegd: Kom vlug naar beneden, want vandaag moet ik in jouw huis zijn (Luc. 19 : 6)
- 39. Ik sla mijn ogen op naar de ........ , vanwaar komt mijn hulp? (Ps. 121 : 1)
- 40. Wie zei: U wilt toch niet mijn voeten wassen? (Joh. 13 : 6)
- 42. Wie zei: mijn dochter is zojuist gestorven, kom alstublieft en leg haar de hand op (Matt. 9 : 18)
- 43. Tegen wie werd gezegd: Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven (Joh. 20 : 29)
Down
- 1. Hoeveel poorten heeft het nieuwe Jeruzalem? (Op. 21 : 12)
- 3. Wie zei: Het is beter dat 1 man sterft voor het volk (Joh. 11 : 50)
- 4. (Jezus zei) Ik ben het ........ dat leven geeft (Joh.6 : 35)
- 5. Tegen wie werd gezegd: Je zult zwanger worden en een zoon baren (Luc. 1 : 31)
- 6. Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij ........ (Ps. 22 : 2)
- 7. Onder deze struik ging Elia zitten en verlangde naar de dood (1 Kon. 19 : 4)
- 8. Van welk materiaal zijn de straten gemaakt in het nieuwe Jeruzalem? (Op. 21 : 21)
- 11. Wie zei: Ik ben onschuldig aan de dood van deze man (Matt. 27 : 24)
- 12. Tegen wie werd gezegd: Jullie lijken op witgepleisterde graven (Matt. 23 : 27)
- 13. Zoals een ........ smacht naar stromend water, zo smacht mijn ziel naar U (Ps. 42 : 2)
- 15. Men steekt geen lamp aan om hem onder een ........ weg te zetten (Matt. 5 : 15)
- 16. Deze vogel bracht Elia het eten, toen hij moest vluchten voor koning Achab (1 Kon. 17 : 4)
- 17. (Jezus zei) Ik ben de ware ........ en mijn Vader is de wijnbouwer (Joh. 15 : 1)
- 18. Deze bloem is volgens Jezus mooier dan de kleding van Salomo (Matt. 6 : 28)
- 19. (Jezus zei) Ik ben de ........ voor de schapen (Joh. 10 : 7)
- 20. Dit dier was het sluwst van alle dieren
- 21. Maak je dus geen ........ voor de dag van morgen (Matt. 6 : 34)
- 27. Wie van jullie zonder ........ is, laat die de eerste steen werpen (Joh. 8 : 7)
- 29. Deze vruchten hingen aan de bomen van Getsemane (Matt. 26 : 36)
- 30. Hoe goed is het, hoe heerlijk als ........ bijeen te wonen (Ps. 134 : 1)
- 32. Ik ben de goede ........ (Joh. 10 : 11)
- 36. Jezus en Bileam lieten zich op dit dier vervoeren
- 38. Deze bomen importeerd koning Salomo uit Libanon (2 Kron. 2 : 7)
- 41. (Jezus zei) Ik ben het ........ voor de wereld (Joh. 8 : 12)
- 42. Wie zei: Waarom is die olie niet verkocht om het geld aan de armen te geven? (Joh. 12 : 5)