De 'andere' woordjes
Across
- 4. voor
- 5. wie?
- 6. goed
- 8. jullie
- 9. goedendag
- 10. met
- 12. welk
- 13. ik, mij
- 14. waar?
- 19. en
- 20. opstaan
- 21. ook
- 22. nee
- 24. al
- 26. zij
- 29. iedereen
- 30. aan
- 31. ja
- 32. waarom
- 33. morgen
- 34. gelukkig, vrolijk
- 35. tevreden
- 36. half
- 37. dichtbij
- 39. dank je
- 40. heel, erg, zeer
Down
- 1. jij, jou
- 2. wij
- 3. klaar
- 5. wat?
- 6. goed
- 7. formidabel
- 8. waar
- 10. dan
- 11. warm
- 15. veel
- 16. in
- 17. binnenkort
- 18. hoe
- 23. hij
- 24. van
- 25. hoeveel
- 26. nog
- 27. daar
- 28. vlug
- 34. ik
- 35. als
- 37. daarna
- 38. zeker
- 39. mijn