De kleuter

12345678910111213
Across
  1. 2. De kleuter wordt steeds zelfstandiger: zelf kleren aandoen, een grotere
  2. 4. Vanaf de leeftijd van 6 jaar zijn kinderen in ons land
  3. 5. kleutervriendschappen zijn niet duurzaam maar
  4. 9. Een kleuter kan een een gedane handeling niet terugdraaien in zijn hoofd, dit is
  5. 11. De kleuter kan klimmen, springen,..hij heeft meer controle over zijn
  6. 12. Een bekende ontwikkelingspsycholoog die het denken van kinderen heeft bestudeerd
  7. 13. Uit de proef met de pop van Piaget kan je besluiten dat de kleuter...is
Down
  1. 1. Meisjes doen meisjes na, jongens imiteren jongens
  2. 3. De kleuter wil bij anderen horen en gaat daarom ook andere kdn imiteren, dit is
  3. 6. de manier waarop kinderen worden benaderd heeft een belangrijke invloed op hun
  4. 7. Kleuters voegen heel wat woorden toe aan hun
  5. 8. In zijn spel maakt de kleuter veel gebruik van
  6. 10. Zich kunnen concentreren, kunnen samenwerken, belangrijke voorwaardes voor