De persoonsvorm vinden
Across
- 2. Jouw vader dolt altijd met jou als je thuiskomt.
- 5. Ik pakte een koekje van de schaal.
- 6. Dirk draagt altijd een pet naar school.
- 8. Wie wil me helpen?
- 9. Wij zingen mee met het volkslied.
Down
- 1. Mijn moeder koopt een brood.
- 3. Peter heeft mijn zus mee uit gevraagd.
- 4. Wij lachten hard om zijn grap.
- 7. Nadia en Dorien zijn naar de audities van de toneelgroep gegaan.
- 9. Ik zoek mijn sleutels.
- 10. Ga je mee naar het winkelcentrum?