Inleiding tot het Nederlands

123456789101112
Across
  1. 2. mijn voet heeft 5 ....
  2. 4. ik adem via mijn ... en niet via mijn longen
  3. 5. aan mijn hand zitten 5 ....
  4. 6. tegenovergestelde van gelukkig
  5. 9. als je de wedstrijd heb gewonnen, ben je de ...
  6. 11. tegenovergestelde van onder
  7. 12. de laatste dag van het weekend
Down
  1. 1. avoir
  2. 3. het koudste seizoen
  3. 5. 15
  4. 7. hierdoor kan ik mijn arm plooien
  5. 8. als ik op vakantie ga lig ik graag op het ....
  6. 10. schijnt s nachts hoog in de hemel
  7. 12. ĂȘtre