Definities: "DEMENTIE"

1234567891011121314151617
Across
  1. 3. Schijnbaar geen gevoelens meer hebben of beleven.
  2. 6. "Geheugenverlies"
  3. 9. Grote motorische onrust.Ze lopen driftig heen en weer.
  4. 12. = Verzamelzucht
  5. 14. Intens verdriet en grote vreugde wisselen elkaar af; de ene moment voelt een persoon zich zo, de volgende moment weer anders.
  6. 15. = het aanvullen van gaten in de herinneringen met eigen verzinsels. Of aanvullen van gaten met leugentjes.
  7. 17. Je zintuigen nemen alles om je heen nog op, maar je hersenen herkennen dit niet meer. De wereld wordt een vreemde plaats, dit brengt onzekerheid met zich mee.
Down
  1. 1. = Achterdochtig dwz de senior is er van overtuigd van bepaalde zaken; die er eigenlijk niet zijn en hij verdenkt mensen onterecht.
  2. 2. Betekent letterlijk: niet meer weten hoe te handelen, hoe dat ze iets moeten doen.
  3. 4. Een taalstoornis waarbij het begrijpen en de spraak heel moeilijk is. Het is een "woordvindingsprobleem".
  4. 5. Een stemmingsstoornis waarbij iemand een bijna dagelijks, groot gevoel van neerslachtigheid heeft, bijna geen energie heeft of belangstelling voor wat dan ook.
  5. 7. Het besef van fatsoen valt weg.
  6. 8. Het steeds herhalen van dezelfde geluiden, bewegingen, vragen, opmerkingen of het steeds vertellen van hetzelfde verhaal.
  7. 10. Verlies van oriëntatie, dit kan verlies van tijd, plaats of personen zijn.
  8. 11. "Bang zijn"
  9. 13. Een lichte graad van bewustzijnsdaling in de zin van slaperigheid of sufheid.
  10. 16. Het gevoel van geïrriteerd zijn, nijdig, woedend, kwaad zijn.