dialoog hoofdstuk 12

12345678910111213
Across
  1. 6. iemand die ergens voorbij komt
  2. 8. medewerker die bij de ingang staat
  3. 9. naar de andere kant van de straat/weg gaan
  4. 10. pakken en bij je houden
  5. 11. plaats waar 2 muren tegen elkaar aan zitten
  6. 12. kant die je opgaat of wilt opgaan
Down
  1. 1. tekening van een gebouw van bovenaf
  2. 2. aan de overkant
  3. 3. een tram/bus/auto/trein binnengaan
  4. 4. weten wie of wat je ziet
  5. 5. naar de richting van het westten
  6. 7. onderaan
  7. 13. plaats waar je een gebouw binnengaat