Dictee 10

12345678910111213141516171819
Across
  1. 2. Het gevoel van gemak of behaaglijkheid, zoals een zachte stoel of een warme deken.
  2. 4. Een instrument dat wordt gebruikt om verre objecten zoals sterren en planeten te bekijken.
  3. 6. Iets wat juist of foutloos is.
  4. 8. Een apparaat waarmee je kunt rekenen, typen en internetten.
  5. 9. Iemand die controleert of alles volgens de regels verloopt, bijvoorbeeld bij een bouwproject.
  6. 11. Een verbinding of communicatie tussen mensen.
  7. 16. Een artiest, meestal in een circus, die grappen maakt en mensen aan het lachen probeert te maken.
  8. 17. Iemand die turnen en trucs uitvoert in een circus.
  9. 18. Iemand die een rol speelt in een film of toneelstuk.
  10. 19. Een zoet smeersel gemaakt van fruit en suiker, vaak op brood gebruikt.
Down
  1. 1. Zonder omweg, meteen of onmiddellijk.
  2. 3. Een kant of deel van een zaak of probleem.
  3. 5. Een antwoord of handeling die juist of foutloos is.
  4. 7. Een handeling die doelgericht wordt uitgevoerd.
  5. 10. Een grappige tekening of illustratie, vaak in kranten of strips.
  6. 11. Een groep mensen die samen een taak of doel heeft, bijvoorbeeld een organisatie.
  7. 12. Een stof die in dranken voorkomt en een bedwelmend effect heeft.
  8. 13. Een apparaat om foto’s of video’s mee te maken.
  9. 14. Een plant die vaak in droge gebieden voorkomt en bekend staat om zijn stekels.
  10. 15. Een plaats waar mensen kunnen kamperen.