duits

1234567891011121314151617181920
Across
  1. 3. komt uit de zee
  2. 4. een fruitsoort
  3. 6. komt van een vrucht
  4. 9. zeg je voor het eten
  5. 12. maak je van granen
  6. 14. warm
  7. 15. iets koud voor in de zomer
  8. 16. sap van een vrucht
  9. 17. daar kun je uit drinken
  10. 18. om iets ddor te snijden
  11. 20. komt van een koe
Down
  1. 1. daar eet je aan
  2. 2. word gemaakt van melk
  3. 3. zit drinken in
  4. 5. zijn geel en komen uit de grond voor avond eten
  5. 7. daar kun je eten kopen
  6. 8. wat je op je brood smeert
  7. 10. drinken
  8. 11. komt uit de kraan
  9. 13. als je zin hebt in water
  10. 17. gebruik je als je gaat eten
  11. 19. daar kun je op zitten