Dutch Vocabulary

12345678910
Across
  1. 6. - met meubels in de huis
  2. 8. - geen bovenwoning
  3. 10. - hebben nodig
Down
  1. 1. - niet ingewikkeld
  2. 2. - de kamer waar ligt he bed
  3. 3. - praten over
  4. 4. - niet nieuw
  5. 5. - niet ver
  6. 7. - waar je heeft een bad
  7. 9. - waar je ga plassen