Economie leerjaar 2mh hoofdstuk 1

1234567891011121314151617181920
Across
  1. 2. Je ruilt een product voor een ander product, zonder dat je daarbij geld gebruikt.
  2. 4. De zekerheid dat een producent een product in orde maakt als daarmee binnen een bepaalde tijd iets mis is.
  3. 7. Test waarin producten van verschillende merken met elkaar worden vergeleken.
  4. 14. Alles wat je nodig hebt of graag wilt hebben.
  5. 15. Goederen of diensten kopen voor je eigen behoeften.
  6. 18. Geld op je bankrekening waarmee je kunt betalen.
  7. 19. Organisaties die de consument steunen, bijvoorbeeld de Consumentenbond.
  8. 20. Overige behoeften. Alles wat je leven leuker of gemakkelijker maakt.
Down
  1. 1. Geld in de vorm van munten en bankbiljetten.
  2. 3. Betalen via internet, met je bankpas, telefoon, smartwatch of computer.
  3. 5. Tastbare producten, voorwerpen die je kunt aanraken.
  4. 6. Basisbehoeften. Alles wat je echt nodig hebt om te kunnen leven.
  5. 8. Dit vak onderzoekt welke behoeften mensen hebben en hoe zij die behoeften kunnen vervullen.
  6. 9. Het bedrag dat op je bankrekening staat
  7. 10. Winkels, webshops en bedrijven die iets maken of voor je doen.
  8. 11. Een product dat bij normaal gebruik een redelijke tijd meegaat.
  9. 12. Niet-tastbare producten. Iemand voorziet in jouw behoefte door iets voor jou te doen.
  10. 13. Zelf iets maken waarmee je in je eigen behoeften kunt voorzien.
  11. 16. Geld of iets anders waarmee je altijd kunt ruilen.
  12. 17. Ruil waarbij je geld als ruilmiddel gebruikt. Je koopt dus iets.