Eenheid 5, les 5 + 7

12345678910
Across
  1. 2. Als je ergens heel blij mee bent. Ben je …..........
  2. 3. Een object of gebeurtenis waardoor het bereiken van je doel lastiger wordt.
  3. 7. Een woord voor een ding. Het kan vanalles zijn.
  4. 8. Beven of trillen.
  5. 10. heel slim.
Down
  1. 1. Heel vals, gemeen.
  2. 4. Slim en gemeen. Een vos is heel erg …..
  3. 5. Het paleis en de mensen die daar werken.
  4. 6. Als je iemand te pakken neemt, neem je degene te ………
  5. 9. Ergens voor …….. Ergens voor gebruiken.