Eenheid 6, les 1 + 2
Across
- 3. Een pijpje in de fietsband waar je de lucht er in kunt pompen.
- 4. Iemand zegt dat je iets moet doen en je doet het dan niet.
- 6. één van de staafjes in het wiel van de fiets.
- 7. Als je soms te snel antwoorden geeft en een beetje beter wetend over komt.
- 9. als iets glad en nat is noemen we het zo.
Down
- 1. Als je ergens helemaal geen zin meer in hebt.
- 2. als je valt over bijvoorbeeld een bananenschil.
- 5. Een rand boven het wiel van een fiets om spatten modder tegen te houden.
- 8. Een kind dat een beetje stout is.