Eenheid 6 les 1-2-5 woordenschat

12345678910111213141516171819202122
Across
  1. 3. kwijtgeraakt
  2. 4. plechtig beloven
  3. 6. toets
  4. 7. als je vrienden bent
  5. 9. open schoen
  6. 10. een stomp
  7. 11. de vriend
  8. 12. als je altijd samen bent
  9. 16. moeite met ademen
  10. 17. manier van zwemmen
  11. 18. de afloop
  12. 19. in druppels rollen
  13. 21. plat, rond ding om mee te spelen
  14. 22. een soort lange pijp
Down
  1. 1. snel bewegen
  2. 2. bevelen geven
  3. 3. stoepje om vanaf te duiken
  4. 4. schoenen met lange flappen
  5. 5. niet trouw zijn
  6. 8. iemand die in een zwembad werkt
  7. 9. luid klinken
  8. 13. bewaard voorwerp
  9. 14. een grote handdoek
  10. 15. als je je examen niet haalt
  11. 20. snel pakken