Eenheid 6, les 9 + 11

12345678910
Across
  1. 4. Wegvegen zoals bijvoorbeeld op het whiteboard.
  2. 6. Iets stelen.
  3. 9. Ergens landen.
  4. 10. Een vogel die in de herfst naar een warm land vliegt en in de lente weer terug komt.
Down
  1. 1. Een klein dier met een lange staart. Hij lijkt een beetje op een krokodil.
  2. 2. Iemand de schuld geven.
  3. 3. Goed zoeken zoals een jachthond dat kan doen.
  4. 5. Kracht. Als je vrolijk bent en ergens veel zin in hebt, heb je hier vel van.
  5. 7. Steeds vragen om iets bij onbekenden bijvoorbeeld om geld.
  6. 8. De politie doet dit als ze iemand gevangen nemen.