Eenheid 7, les 5 + 7

12345678910
Across
  1. 2. Een groep mensen die muziek maken.
  2. 6. Boos en teleurgesteld zijn om iets dat er is gebeurd.
  3. 7. De leider van een orkest.
  4. 8. Met kleine, licthe stapjes lopen zoals een muisje dat doet.
  5. 9. Het is leuk, grappig.
  6. 10. Als iets spannends vooribj is en je blij bent.
Down
  1. 1. Als je eind flink doorwerkt dan steek je jouw handen uit je ...........
  2. 3. Jezelf verkleden met een masker, pruik of kleding zodat neimand je meer herkent.
  3. 4. Als je erg verbaasd bent omdat je iets niet verwacht had.
  4. 5. Zeggen dat je het ergens niet mee eens bent.
  5. 10. Het gebeurde in een ......., heel snel dus.