Eenheid 9, les 9 + 11
Across
- 3. Iemand die iets bekijkt om te onderzoeken of het in orde is.
- 5. De manier waarop je met iemand om gaat. Dat kan goed of slecht zijn.
- 6. Pijn doordat je spieren samentrekken zonder dat je dat zelf wilt.
- 8. Water met de smaak van vlees of groente. Er is vlees of groentje in gekookt. Je kunt er soep van maken.
Down
- 1. Een bultje dat op je huid groeit. Bij heksen vaak op hun neus.
- 2. Als je dit bij iemand doet zorg je ervoor dat iemand een tijdje ergens kan wonen.
- 4. De regels die gelden in een land. Iedereen moet zich daaraan houden.
- 7. Een tijdschrift.