Engelse werkwoorden

12345678910
Across
  1. 4. Tot rust komen na drukte.
  2. 6. Heel snel ergens naartoe gaan.
  3. 7. Computerspelletjes spelen.
  4. 9. Berichten sturen via een telefoon.
  5. 10. De tijd meten.
Down
  1. 1. Een bestand online zetten.
  2. 2. Aangeven dat je iets leuk vindt op social media.
  3. 3. Iets uitproberen, bijvoorbeeld kleding.
  4. 5. De huid schoonwrijven.
  5. 8. Afspreken met iemand die je leuk vindt.