Exam words
Across
- 2. als
- 5. echter
- 6. maar
- 11. terwijl
- 12. als gevolg daarvan
- 14. want
- 15. a result daardoor
- 17. terwijl
- 21. so toch
- 22. blijkbaar
- 25. bovendien
- 26. alhoewel
Down
- 1. sinds
- 3. waarbij
- 4. toch
- 7. daarom
- 8. in plaats van
- 9. voordat
- 10. omdat
- 13. vergelijkbaar
- 16. evenals
- 18. tenzij
- 19. dus
- 20. zonder
- 23. echter
- 24. wanneer