examen nederlands

123456789101112131415
Across
  1. 2. computerprogramma waarmee je foto's bewerkt
  2. 3. duivels
  3. 5. ooggebaar, blijk van verstandhouding
  4. 7. woordenboekvorm van het werkwoord
  5. 10. smeerbaar, zonder brokjes
  6. 13. wat anderen over je denken, je goede of slechte naam
  7. 14. gegaard zonder water, vb maïs en kastanjes
  8. 15. wild en brutaal
Down
  1. 1. hard vlies dat je oog beschermd
  2. 4. grappen maken
  3. 6. stevig omhulsel
  4. 8. variatie aan toonhoogten als je vertelt
  5. 9. scheel kijken
  6. 11. verbindingswoord dat je enkel mag gebruiken bij tegenstellingen
  7. 12. genuanceerd, erg precies